top of page

Veel meer dan liefde

  • Foto van schrijver: Sarike de Zoeten
    Sarike de Zoeten
  • 27 jun
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 29 jun



Tijdens een leuk gesprek dat Tamara en ik samen hadden met Lisa Willems en Romy Spee, hoorde ik voor het eerst de begrippen morele stress en morele verwonding. Begrippen die steeds vaker worden gebruikt om te beschrijven wat langdurige morele druk met zorgprofessionals doet.


Het raakte me. Niet alleen omdat ik direct herkenning voelde, maar ook nieuwsgierigheid naar wat er gebeurt wanneer we ergens woorden voor vinden. Ik ging lezen, op zoek naar de huidige betekenis. Net zoals ik dat had bij begrippen als levend verlies en uitgestelde rouw had ik weer een aha-moment. En tegelijkertijd ook weer de vraag: "...en dan?" Terwijl ik mij verder verdiepte, bleef één gedachte door mijn hoofd spelen. We erkennen steeds meer dat langdurige morele druk sporen kan nalaten bij zorgprofessionals. Dat inzicht vind ik belangrijk. Niet alleen omdat het woorden geeft aan wat velen ervaren, maar ook omdat het uitnodigt om te onderzoeken wat mensen nodig hebben om daarmee om te gaan.


Tegelijkertijd drong zich een andere vraag aan me op. We hebben geleerd wat langdurige morele druk met zorgprofessionals kan doen. Waarom zouden we die kennis niet ook gebruiken om te onderzoeken wat langdurige en intensieve verantwoordelijkheid met gezinnen doet? Wat zouden we ontdekken als we met dezelfde aandacht waarmee we nu naar zorgprofessionals kijken, ook naar de werkelijkheid van zorg-gezinnen zouden kijken?


Waar een zorgprofessional na een dienst naar huis gaat, houdt de verantwoordelijkheid voor ouders nooit op. Vele jaren niet. Met ieder ontslag uit het ziekenhuis verhuist er vaak ook weer een nieuwe verantwoordelijkheid mee naar huis. Ouders leren in het ziekenhuis hoe zij een verpleegtechnische handeling moeten uitvoeren. Thuis leren zij zelf vooral deze verantwoordelijkheid in te passen in hun leven en de realiteit van alle dag.


Misschien realiseren we ons dan ook te weinig dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat een kind met zulke complexe problemen de pubertijd bereikt. Een relatief stabiele puber met weinig ontwikkelingsmogelijkheden is vaak niet het begin van het verhaal, maar de uitkomst. Vele jaren waarin ouders met liefde, waakzaamheid en een bijna voortdurende verantwoordelijkheid hebben geprobeerd hun kind alle kansen te geven om zich te ontwikkelen en een fijn leven te hebben.


Wanneer zo'n jongere uiteindelijk naar een instelling verhuist, ontmoeten twee werelden elkaar. Die van de zorg en haar systemen met die van een gezin dat hun meest kwetsbare kind moet overdragen aan vreemden. Misschien zien we daardoor vooral de ouder die vandaag tegenover ons zit, en te weinig de weg die ze daar heeft gebracht. Jaren waarin niet alleen hun kind, maar ook hun eigen leven, hun relatie, hun loopbaan, hun bestaanszekerheid en de ontwikkeling van broers en zussen ongemerkt een andere richting kregen.


Binnen organisaties erkennen we steeds vaker dat langdurige morele druk professionals kan beschadigen. Dat inzicht is belangrijk. Maar kunnen we niet met dezelfde aandacht onderzoeken wat een verantwoordelijkheid die nooit ophoudt met zorg-gezinnen doet? Niet alleen thuis, maar ook met hun mogelijkheden om mee te blijven doen in de samenleving?


Misschien zouden we, voordat we gezinnen opnieuw vragen om betrokken te blijven, mee te denken en gaten op te vangen, eerst moeten onderzoeken wat we de afgelopen decennia al van ze gevraagd hebben. Werkelijk samenwerken kan pas als we begrijpen welke geschiedenis daaraan vooraf is gegaan.


Zo leren we ook anders kijken naar ouders die moeite hebben de regie los te laten. Niet omdat het hun ontbreekt aan liefde of vertrouwen, maar juist omdat hun liefde ze na al die jaren heeft gebracht waar zij nu staan… 🧔



Opmerkingen


bottom of page