Meer dan betrokken zorgverleners
- Gast Blogger

- 11 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
Lisa Willems (Arts Promovendus Kindergeneeskunde)

Ik weet niet goed of er strikt genomen één definitie is voor het begrip morele stress. Mij is het meestal uitgelegd als de psychologische stress die je (als hulpverlener) ervaart in een situatie waarin je beperkt wordt om datgeen te doen waarvan je weet dat het het juiste is.
Door wat voor omstandigheden dan ook. De focus lijkt daarbij het vaakst te liggen op externe factoren, zoals regels en schaarste van tijd, middelen en geld. Maar het kan ook gaan over verschillen in waarden.
In de overtreffende trap hiervan ontstaat morele verwonding, met aanhoudende gevoelens
van schuld, schaamte, boosheid en schending van vertrouwen en andere klachten, vergelijkbaar met klachten zoals bij PTSS.
Na het lezen van je blog 'Veel meer dan liefde' moest ik hier weer aan denken. Ik sluit me daarbij aan bij de reactie van Edith Raap dat morele stress voor ouders een andere dimensie heeft. Het permanente besef van verantwoordelijk zijn en het spanningsveld tussen de kwetsbaarheid, maar tegelijkertijd ook de expertise die je als ouder in huis hebt, zijn uniek voor de ouder. Dit in vergelijking met de hulpverlener, die op zijn eigen manier natuurlijk ook verantwoordelijk, expert en kwetsbaar is.
Ik denk daarnaast dat ouders vaker en intenser morele stress of morele verwonding kunnen ervaren. En dat het belangrijk is dat ouders dat kunnen benoemen tegenover de mensen die om hen heen staan, zonder dat het als klacht of gebrek aan medewerking wordt bestempeld. Dat heeft voor mij te maken met beide delen uit de beschrijving van morele stress zoals ik hem ken.
Ik denk dat ouders als geen ander weten wat het juiste is voor hun kind. Waar hulpverleners soms verschillende opties acceptabel vinden voor het kind, is de ouder zich mogelijk juist heel bewust van ‘datgeen wat juist zou zijn om te doen’. De ouder die nu tegenover je zit en zich richt op één optie, heeft door zijn afgelegde weg zijn waarden heel helder. Hij heeft een scherp weten wat goed is voor zijn kind. Dat weten zou het vertrekpunt moeten zijn van het gesprek.
In het tweede deel van de definitie gaat het om de omstandigheden die maken dat je niet in staat bent om de juiste optie na te streven. In intensieve zorg, met een team van verschillende hulpverleners en betrokken instanties om een gezin heen, kan het gebeuren dat beslissingen over behandeling of begeleiding worden genomen in overleggen waar ouders niet bij zijn. Of dat ouders horen wat er besloten is in plaats van dat ze meebeslissen.
Dat merken ouders als afhankelijkheid en kan logischerwijs leiden tot machteloosheid. Dat kan bijdragen aan ‘de onmogelijkheid om het juiste te doen’.
Afsluitend moest ik nog denken over hetgeen dat ik geleerd heb over morele stress en veerkracht. Anders dan bij morele verwonding, kan enige mate van morele stress juist ‘helpend’ zijn als hulpverlener. Het maakt ze betrokken en effectieve pleitbezorgers, helpt ze op te staan voor hetgeen dat juist is, ook in moeilijke of spannende situaties, en zo de zorg te verbeteren: morele veerkracht.
Ouders zijn vanuit ouderschap al betrokken en staan op voor hetgeen dat juist is. Als zorgverlener heb je collega’s die je kunnen helpen om morele stress bespreekbaar te maken. Je kunt ervaringen delen en hebt steun bij elkaar. Als ik fijne collega’s heb en aangeef dat ik ergens buikpijn van krijg, helpen zij mij benoemen waarom dat zo is. Dat is moeilijk, en daar hebben ook zorgverleners hulp bij nodig. Als dat niet lukt, dan voelt dat eenzaam.
Wat is daarin helpend voor ouders? Ouders hebben geen collegiale nabespreking, misschien ook geen vaste plek waar ze dit buikpijngevoel kwijt kunnen. Wie helpt ouders om woorden te geven aan dit buikpijngevoel als deze woorden blijven hangen in een nabespreking van zorgverleners? Zelf zou ik daar graag meer over leren.



Opmerkingen